PUTTEN – Zaterdagavond is bij het monument aan de Voorthuizerstraat stilgestaan bij een beslissend moment in de geschiedenis van Putten. Precies 81 jaar na de bevrijding kwamen inwoners, betrokken stichtingen en de gemeente samen om de slachtoffers van die dagen te herdenken. Niet alleen de vrijheid werd herdacht, maar ook de hoge prijs die daarvoor is betaald.
De herdenking begon om 19.00 uur. Jan van den Hoorn, voorzitter van Stichting Oktober ’44, heette de aanwezigen welkom. Daarna legde locoburgemeester Ewoud ’t Jong namens de gemeente Putten een krans bij het monument voor de vier Canadese militairen die bij de bevrijding van Putten om het leven kwamen.
Last Post, stilte en bloemen bij het monument
Na de kranslegging werd de Last Post geblazen. Daarna volgden twee minuten stilte. Ook Stichting Oktober ’44 en Stichting Samen Verder legden bloemen. Het was een korte plechtigheid, maar wel een moment dat indruk maakte. Juist omdat het niet alleen ging over een datum uit het verleden, maar over jonge mannen die hier vochten en stierven.
Bij de bevrijding van Putten kwamen vier Canadese soldaten om het leven:
- Charles Leonard Pewtress
- John Wakula
- Frederick Lenard Waters
- John Burpe Wallace
Ook de Puttenaar Johannes G. Ahrens verloor toen het leven. En hoewel in Putten vooral de Canadese bevrijders worden herdacht, maakt elk eerlijk oorlogsverhaal ook duidelijk dat oorlog aan alle kanten doden achterlaat. Ook Duitse militairen kwamen in die gevechten om. Dat verandert niets aan goed en fout in de oorlog, maar laat wel zien hoe vernietigend oorlog voor mensenlevens is.
Ooggetuige Bennemeer bracht de avond dichtbij
Een bijzonder en indrukwekkend moment was de bijdrage van de heer J. Bennemeer (95). Hij was er in 1945 zelf bij en vertelde zaterdag hoe hij de bevrijding meemaakte. Daarmee kreeg de herdenking ineens een gezicht en een stem.
Uit een lezing die Bennemeer al in 1996 hield, blijkt hoe diep die dagen zich in zijn geheugen hebben vastgezet. Als jongen vluchtte hij in september 1944 met zijn gezin uit Arnhem naar Putten, na de mislukte Slag om Arnhem. De familie kwam na een zware tocht terecht op de Spreng en vond daarna op meerdere plekken in en rond Putten onderdak. Bennemeer vertelde later met grote dankbaarheid over de gastvrijheid die zijn gezin hier kreeg van Puttenaren, terwijl het dorp zelf ook onder zware druk stond.
Maar vooral de avond van 17 april 1945 bleef hem bij. Vanuit een woning aan de Voorthuizerstraat zag en hoorde hij hoe Canadese militairen oprukten, in een Duitse hinderlaag terechtkwamen en hoe een felle strijd losbarstte. Hij beschreef hoe de stilte van de avond in één klap omsloeg in geweervuur, lichtspoormunitie, kapotvliegende ramen en urenlange spanning in de kelder. Ook vertelde hij over een jonge Canadese soldaat die om water riep en zijn moeder riep, maar niet meer geholpen kon worden. Dat beeld heeft hem zijn leven lang niet losgelaten.
Geen ver weg verhaal, maar hier gebeurd
Juist dat maakt zo’n verhaal zo indringend. Het gaat niet over een slag ver weg, maar over gevechten op Puttense grond, bij huizen, erven en wegen die hier nog altijd bekend zijn. Bennemeer vertelde hoe er na de strijd een kapotte tank op de weg stond, hoe er militaire spullen verspreid lagen en hoe de lichamen van gesneuvelde Canadese soldaten op en rond het erf lagen. Die aanblik schokte hem diep.
Later in zijn leven keek Bennemeer daar ook breder op terug. Hij zei dat de oorlog veel kapotmaakt, ook in mensen zelf. Daarmee raakte zijn verhaal niet alleen het verleden, maar ook het heden. Zaterdagavond riep hij daarom op tot meer verdraagzaamheid in de samenleving. Een eenvoudige boodschap, maar juist daardoor sterk.
Na afloop van de herdenking was er voor iedereen koffie in De Aker. Daar werd nog nagepraat over een avond die opnieuw duidelijk maakte dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. En dat de namen van wie hier vielen, of dat nu bevrijders, burgers of zelfs vijanden waren, onderdeel blijven van het echte verhaal van oorlog en bevrijding in Putten.
Foto’s Evert Lubbersen – Oktober ’44 Putten
