PUTTEN – De gemeente Putten moet opnieuw kijken naar een forse bijstandszaak rond verkoopactiviteiten op Marktplaats. Een echtpaar moet volgens de gemeente ruim 94.000 euro aan bijstand terugbetalen, maar de rechtbank Gelderland vindt dat Putten niet alles goed genoeg heeft onderbouwd. Het gaat nog niet om een definitieve uitspraak.
Jarenlang bijstand en online verkoop
Het echtpaar ontving sinds 2006 bijstand van de gemeente Putten naar de norm voor gehuwden. In 2021 kreeg de gemeente een signaal dat op bankafschriften transacties stonden die konden wijzen op verkoopactiviteiten en inkomsten. Die bankafschriften waren ingeleverd bij een verzoek om kwijtschelding van gemeentelijke belastingen.
Daarna deed de sociale recherche onderzoek. Volgens de gemeente had de man tussen 2013 en 2022 honderden advertenties op Marktplaats geplaatst. Het ging onder meer om auto-onderdelen, gereedschap, kleding en messen. De gemeente stelde dat dit niet meer ging om af en toe wat privéspullen verkopen, maar om activiteiten waarmee geld kon worden verdiend.
Omdat het echtpaar deze activiteiten niet had gemeld, trok de gemeente de bijstand over een lange periode in. Eerst ging het om een terugvordering van ruim 175.000 euro. Later werd dat door brutering ruim 189.000 euro. In bezwaar matigde de gemeente het bedrag tot 94.593,44 euro.
Niet alles is volgens de rechter goed uitgelegd
De rechtbank zegt niet dat de gemeente helemaal fout zit. In meerdere jaren ziet de rechtbank genoeg aanwijzingen dat de verkoopactiviteiten gemeld hadden moeten worden. Zo waren er volgens de uitspraak in 2020 84 advertenties, in 2021 86 advertenties en in de eerste acht maanden van 2022 zelfs 90 advertenties. Volgens de rechtbank kan dan niet meer zomaar worden gesproken van incidentele verkoop van privégoederen.
Maar de rechtbank vindt ook dat Putten niet voor alle maanden goed genoeg heeft uitgelegd dat de regels zijn overtreden. Dat geldt onder meer voor enkele maanden in 2015 en 2016, heel 2017 en augustus 2019. Voor die maanden is volgens de rechtbank onvoldoende duidelijk gemaakt dat er verkoopactiviteiten of inkomsten waren die het echtpaar had moeten melden.
Daarmee raakt het gebrek ook de intrekking en terugvordering over die maanden. De gemeente krijgt daarom de kans om dit alsnog beter te motiveren.
Wat wist de gemeente al?
Een ander belangrijk punt is wat de gemeente Putten eerder al wist of had kunnen weten. Het echtpaar had in eerdere jaren bankafschriften ingeleverd bij heronderzoeken, aanvragen voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en aanvragen voor individuele inkomenstoeslag.
Volgens de rechtbank had Putten die informatie beter moeten betrekken bij de beoordeling. Het echtpaar stelt dat de gemeente al eerder had kunnen zien wat er speelde en dat zij er daarom op mochten vertrouwen dat hun situatie in orde was. De rechtbank zegt niet dat dit beroep slaagt, maar vindt wel dat de gemeente dit zorgvuldiger had moeten onderzoeken.
Putten krijgt nu 8 weken de tijd om de gebreken te herstellen. Dat kan met een betere motivering of, als dat nodig is, met een nieuwe beslissing op bezwaar.
Nog geen eindoordeel
De uitspraak is een tussenuitspraak. Dat betekent dat de rechtbank nog geen definitieve beslissing heeft genomen over de hele zaak. Eerst mag de gemeente Putten de gebreken herstellen. Daarna kunnen het echtpaar en de rechtbank daar weer op reageren.
Pas daarna volgt een einduitspraak. Dan wordt duidelijk wat dit betekent voor het definitieve terugvorderingsbedrag.
Update 25-06-2026: Om de anonimiteit van betrokken personen te waarborgen is er een passage geschrapt uit het artikel.
