PUTTEN – In veel gemeenten gaan de woonlasten richting of zelfs over de 1.000 euro, maar Putten blijft daar duidelijk onder. Tegelijkertijd ontkomen ook Puttenaren niet aan een stijging: de gemeentelijke woonlasten gaan met ongeveer 6 procent omhoog. Benieuwd hoe Putten zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde en de buurgemeenten? Lees dan verder. Ondanks die verhoging staat Putten in een landelijke steekproef nog altijd op plek 7 van goedkoopste gemeenten.
Putten ruim onder landelijk gemiddelde
Uit de steekproef van Vereniging Eigen Huis onder 106 gemeenten blijkt dat de gemiddelde gemeentelijke woonlasten in Nederland in 2026 uitkomen op ruim 1.000 euro per huishouden. In Putten ligt dat bedrag met 799 euro een stuk lager. Daarmee zit Putten ongeveer 200 euro onder het landelijke gemiddelde. In de ranglijst betekent dat een zevende plek: slechts zes gemeenten zijn goedkoper.
Stijging van 6 procent voelbaar
Dat Putten laag scoort, betekent niet dat de woonlasten gelijk blijven. Voor 2026 wordt in Putten gerekend op een stijging van ongeveer 6 procent ten opzichte van 2025. Die stijging zit vooral in hogere tarieven voor afval en riool, maar ook de onroerendezaakbelasting gaat omhoog. De stijging ligt daarmee iets boven het landelijk gemiddelde, maar het totaalbedrag blijft alsnog relatief laag.
Vergelijking met buurgemeenten
In vergelijking met omliggende gemeenten staat Putten er gunstig voor. Amersfoort komt boven de 1.040 euro uit, Leusden rond de 980 euro en Bunschoten richting de 945 euro. Ook Nunspeet en Renswoude liggen duidelijk hoger dan Putten. Het verschil zit vooral in hogere OZB-tarieven en afvalstoffenheffing bij deze gemeenten.
Van plek 4 naar plek 7
Opvallend is dat Putten in 2025 nog op plek 4 stond van goedkoopste gemeenten in de steekproef. Door de relatief sterkere stijging schuift Putten een paar plaatsen op, maar blijft het wel stevig in de top 10. Voor Puttenaren betekent dat: de woonlasten gaan omhoog, maar vergeleken met veel andere gemeenten blijft wonen in Putten financieel gunstig.
Landelijk beeld: dit betalen huishoudens gemiddeld
Landelijk stijgen de gemeentelijke woonlasten in 2026 gemiddeld met 3,9 procent. Dat blijkt uit dezelfde steekproef van Vereniging Eigen Huis onder 106 gemeenten. De totale woonlasten komen daarmee uit op gemiddeld 1.001 euro per huishouden.
De afzonderlijke onderdelen ontwikkelen zich als volgt. De gemiddelde OZB stijgt van 372 euro in 2025 naar bijna 390 euro in 2026, een toename van 4,6 procent. De afvalstoffenheffing gaat gemiddeld met 3,7 procent omhoog, van 343 naar 356 euro. De rioolheffing stijgt met 3,6 procent naar gemiddeld 258 euro.
Ook de WOZ-waarde blijft stijgen. Landelijk gaat de gemiddelde WOZ-waarde van woningen van ongeveer 380.000 euro in 2025 naar ruim 415.000 euro in 2026. Dat werkt direct door in de hoogte van de OZB.
Vergeleken met deze landelijke cijfers valt op dat Putten ondanks een stijging van circa 6 procent ruim onder het gemiddelde blijft. Waar huishoudens landelijk gemiddeld boven de 1.000 euro uitkomen, blijft Putten daar met afstand onder.
Hoge WOZ-waarde, toch lage woonlasten
Opvallend detail uit de vergelijking is de WOZ-waarde. Putten heeft binnen deze steekproef de één na hoogste gemiddelde WOZ-waarde van alle 106 gemeenten. Normaal gesproken leidt een hoge WOZ-waarde direct tot hogere woonlasten, omdat de OZB hierop is gebaseerd.
Dat Putten ondanks die hoge WOZ-waarde toch laag uitkomt in de totale woonlasten, springt eruit in de vergelijking. In veel gemeenten leidt een hoge WOZ direct tot een fors hogere rekening, maar in Putten blijven de tarieven voor OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing relatief gematigd. Daardoor blijft de totale woonlastenrekening lager dan in het merendeel van de gemeenten, zelfs bij woningen met een hoge waarde.
Bron: Vereniging Eigen Huis
