PUTTEN – Afgelopen dinsdag werd bij Kasteel de Vanenburg opnieuw stilgestaan bij het Joodse werkkamp dat hier in 1942 gevestigd was. Bij het monument Sarah kwamen bestuur en betrokkenen van Stichting Samen Verder Putten samen om de mannen te herdenken die vanuit Putten werden weggevoerd en de oorlog niet overleefden. Een herdenking die klein is in opzet, maar groot in betekenis.
Een geschiedenis die niet mag verdwijnen
Het Joodse werkkamp bij de Vanenburg is voor veel Puttenaren minder bekend dan de razzia van oktober 1944. Toch speelde ook deze plek een rol in de vervolging van Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1942 verbleven hier ongeveer 125 Joodse mannen, die onder dwang zwaar werk moesten verrichten. In de nacht van 2 oktober 1942 werd het kamp ontruimd en werden de mannen via Westerbork gedeporteerd naar vernietigingskampen als Auschwitz en Sobibor.
PuttenCity schreef eerder uitgebreid over deze geschiedenis en over de totstandkoming van het monument Sarah, dat in 2017 werd geplaatst bij de oprit van Kasteel de Vanenburg. Dat verhaal maakt zichtbaar waarom juist deze plek jaarlijks wordt gebruikt om stil te staan bij het Joodse werkkamp en de mannen die hier verbleven.
Mensen achter de herdenking
Tijdens de herdenking van afgelopen maandag waren meerdere bestuursleden van Stichting Samen Verder Putten aanwezig, onder wie secretaris Peter Brink, PR- en communicatiemedewerker Erik van de Poll, penningmeester Ard Kleijer en algemeen bestuurslid Jan van Boeijen. Voor hen is de herdenking meer dan een vaste datum op de kalender.
Brink woont sinds 1989 in Putten en raakte via herdenkingen en ontmoetingen met het Duitse Ladelund diep betrokken bij het verhaal van verzoening na de oorlog. Van de Poll groeide op met oorlogsverhalen uit zijn eigen familie, waarin de razzia van 1944 en de bezetting een blijvende indruk achterlieten. Kleijer kwam als militair, wethouder en deelnemer aan herdenkingsreizen steeds dichter bij het besef dat uit de puinhopen van de geschiedenis ook verbinding kan ontstaan. Van Boeijen is als nabestaande van weggevoerde familieleden al jarenlang nauw betrokken bij het doorgeven van oorlogsverhalen. Via herdenkingen, tochten en zijn werk binnen de stichting zet hij zich in om vooral het verhaal van Putten en de razzia van 2 oktober 1944 levend te houden.
Niet alleen herdenken, maar ook begrijpen
Tijdens de bijeenkomst werd benadrukt dat de vervolging van Joden niet plotseling begon, maar stap voor stap vorm kreeg. Het werkkamp bij de Vanenburg maakte deel uit van een groter systeem van uitsluiting en ontmenselijking. Die gedachte werd gekoppeld aan het heden, met de oproep om alert te blijven op hoe groepen mensen langzaam buiten de samenleving kunnen worden geplaatst.
De herdenking is daarmee niet alleen een moment van stilte voor wat was, maar ook een moment van reflectie op wat nu gebeurt. Niet wegkijken, maar kijken, luisteren en het gesprek blijven voeren.
Een plek die blijft spreken
Het monument Sarah speelt daarin een centrale rol. Het kunstwerk, met wortels, prikkeldraad en bladeren die verwijzen naar station Putten en Jeruzalem, maakt het verhaal zichtbaar op de plek waar het zich afspeelde. Jaarlijks wordt hier op 27 januari, International Holocaust Remembrance Day, stilgestaan bij de slachtoffers van het Joodse werkkamp.
Volgend jaar zal die herdenking er opnieuw zijn. Juist omdat dit hoofdstuk in de Puttense geschiedenis gemakkelijk ondergesneeuwd raakt, blijft het volgens Stichting Samen Verder Putten nodig om hier ieder jaar bij stil te staan. Zodat dit verhaal niet verdwijnt, maar wordt doorgegeven aan volgende generaties.
